De leerlingen lichten determinanten van gezondheidsgedrag en individuele en omgevingsstrategieën toe om het gezondheidsgedrag van individuen en doelgroepen te bevorderen.
In wat volgt willen we inspiratie bieden voor het leerplandoel 18 met een voorbeeld van een lessenreeks met lesdoelen. De lessenreeks is opgebouwd uit drie voorbeeldlessen via vijf lesdoelen, met inspiratiemateriaal bij de werkvormen. We baseerden ons hiervoor op inspiratie van het Vlaams Instituut Gezond Leven.
De lesssenreeks is gebaseerd op Lessen met effect. We bundelden deze lessen ook in een inspiratiefiche.
LPD 18 De leerlingen lichten determinanten van gezondheidsgedrag en individuele en omgevingsstrategieën toe om het gezondheidsgedrag van individuen en doelgroepen te bevorderen. Les 1:
lesdoel Les 2:
lesoelenLes 3: Lesdoelen
In het leerplan maatschappij en welzijn D/A in de tweede graad werd dit lesdoel al gerealiseerd via het leerplandoel: “de leerlingen lichten de determinanten van gezondheidsgedrag toe”. Het leerplandoel van de tweede graad komt dus opnieuw aan bod, maar wordt verruimd in de derde graad.
In deze les duiden we opnieuw de determinanten van gezondheidsgedrag. We zetten in de middenfase in op een uitgebreide herhalingsopdracht als werkvorm om zo de voorkennis van de leerlingen op te halen en gelijktijdig de betekenis van de determinanten opnieuw goed te duiden zodat leerlingen die kunnen toelichten.
In deze beginfase van de les kan je leerlingen drempels en stimulansen voor een gezonde levensstijl laten verkennen.
Hierna kan je de verschillende drempels en stimulansen voor gezond gedrag samenbrengen om zo klassikaal te komen tot factoren die gezondheid beïnvloeden (= determinanten van het gezondheidsgedrag) en het gedragswiel dat dit in kaart brengt.
Je kadert dit in het grotere geheel (zicht op en inzicht in deze risico's en positieve factoren om gezondheid te kunnen beïnvloeden). Hierna kan je het lesdoel helder formuleren aan de leerlingen.
Extra: Je kan leerlingen de oefening laten herhalen vanuit het thema veiligheidsgedrag. Je kan ook foto's en gedragingen met betrekking tot veiligheidsgedrag integreren in de oefening, bv. door het rood licht rijden, gsm achter stuur, rookmelders hangen, fiets of deur afsluiten, zorg dragen voor zichbaarheid als fietser, verkeersremmers ...
De leerlingen beschikken reeds over de basiskennis met betrekking tot de determinanten van gezond gedrag. In deze les kan je aan de slag met een herhalingsopdracht als werkvorm om zo de voorkennis van de leerlingen op te halen en gelijktijdig de betekenis van de determinanten opnieuw goed te duiden. De leerlingen kunnen de drie categorieën en deelcategorieën toelichten. In wat volgt, zie je een voorbeeld van een herhalingsles.
Opdracht deel 1: drie categorieën van het gedragswiel: competenties, drijfveren en context
De leerlingen zitten in groepjes van vier. Je voorziet een placemat met daarop het gedragswiel en rode kaartjes met daarop de omschrijving van die drie categorieën. Ze plaatsen de omschrijvingen bij de juiste categorieën op het gedragswiel.
Je bespreekt klassikaal de drie categorieën. Als verwerkingsopdracht kan je vragen dat elke leerling een kaartje terugneemt en aan een buur vraagt om de categorie opnieuw toe te lichten. De anderen van de groep mogen aanvullen als hulplijn indien nodig. De kaartjes worden opnieuw op het wiel gelegd.
Opdracht deel 2: de verschillende subcategorieën binnen de drie categorieën
Je voorziet ook groene kaartjes met daarop voorbeelden van de verfijningen binnen elke categorie (subcategorieën). De leerlingen plaatsen de kaartjes bij de juiste gedragsdeterminant en bespreken met elkaar waarom het bij die categorie hoort.
Je vindt de voorbeelden en nog vele andere terug in de bundel Gerdragsdeterminanten: een overzicht van het Vlaams Instituut voor Gezond Leven.
Je bespreekt de antwoorden en het wiel met de leerlingen klassikaal of geeft hen eerst een oplossingssleutel.
Je kan de les afsluiten met een individuele check waarin je nagaat of de leerling de inhoud begrepen heeft:
Je kan de les afsluiten met de kadering van het lesdoel in het grotere geheel. Je verwijst naar het belang van het bevorderen van gezondheidsgedrag of veiligheidsgedrag bij de doelgroepen (bv. bij jongeren, volwassenen, enz. eventueel afhankelijk van de studierichting). Je benoemt dat er ook strategieën zijn waarop we kunnen inzetten om dit gedrag te bevorderen en verwijst hierbij naar volgende les.
Je haalt voorkennis op door te verwijzen naar de eindfase van de vorige les. Je kan de les starten door antwoorden uit de padlet van de vorige les te tonen. De leerlingen zitten in groepjes van drie. Elke leerling krijgt de opdracht om uit de padlet binnen een aangeduide categorie een voorbeeld te kiezen dat ze goed vinden. Daarna vertellen ze over het voorbeeld binnen het groepje. Zo komt van elke categorie een voorbeeld aan bod.
Vervolgens kan je het filmpje Het Gedragswiel in een notendop tonen. Zo kan je overgaan van de determinanten naar de strategieën. Je duidt dat er heel wat strategieën bestaan om het gezondheidsgedrag te bevorderen bij individuen en doelgroepen.
Je duidt wat de strategieën zijn die je kan inzetten om gezondheidsproblemen te voorkomen, wat gedragsveranderingsstrategieën inhouden en wat preventie betekent (definitie/omschrijving). Je duidt dat er zowel individuele als omgevingsstrategieën zijn.
Via een verbindingsopdracht kan je leerlingen verschillende strategieën laten verkennen. Op de site van het Vlaams Instituut voor Gezond Leven vind je heel wat strategieën om gezond gedrag te bevorderen. Algemeen vind je vier categorieën terug:
Hierbinnen vind je nog meer verschillende strategieën onderverdeeld. Voorbeelden en uitgewerkte omschrijvingen hiervan zijn: modelling, sensibiliseren, educatie, facilitatie, nudging, regels en afspraken, framing, enz.
Je zet de leerlingen in groepjes van vier. Ze krijgen 14 kaarten om te verdelen (zeven kaarten met strategieën en zeven kaarten met de uitleg van telkens een strategie). De kaarten worden niet getoond aan elkaar.
Je bespreekt de verschillende strategieën klassikaal. Je bespreekt ook waarom elke strategie gezond gedrag kan bevorderen.
Je kan de volgorde van de werkvormen ook omdraaien. Je start met de duiding van de strategieën en je laat de verbindingsopdracht als verwerkingsopdracht toepassen. Tijdens deze werkvorm kan je zonder uitleg bij elke tafel een kommetje met druifjes of kersttomaatjes zetten. Je past op deze manier nudging toe (een strategie om gezond gedrag te bevorderen).
Je vermeldt dat de leerlingen tijdens de opdracht een kommetje met druifjes of kersttomaatjes kregen en laat de leerlingen hierover reflecteren:
Je kan de les afsluiten met de kadering van het lesdoel in het grotere geheel. Je benoemt dat de besproken strategieën om het gezondheidsgedrag te bevorderen ook inzetbaar zijn de preventie van veiligheid.
Je kan opnieuw starten met voorkennis ophalen via de kaartjes met de duiding van de strategieën van vorige les:
Je kan ook vragen naar eigen voorbeelden:
Je ontwerpt je lokaal in de vorm van een soort ‘marktje’ met op verschillende tafels een aantal concrete voorbeelden van strategieën die worden uitgestald.
Je maakt groepjes van twee tot drie leerlingen. Elke leerling krijgt een invulblad waarmee ze kunnen beslissen welk voorbeeld bij welke strategie zou kunnen horen en hoe dat het gezondheidsgedrag kan bevorderen. Voorbeelden die je kan uitstallen kunnen zowel echte materialen (bv. een fitbit), foto’s, uitgeprinte tekstjes met duiding, krantenkoppen, enz. zijn. Ontdek enkele voorbeelden.
Je bespreekt samen met de leerlingen de antwoorden en de motivering van het antwoord. Sommige voorbeelden kunnen voorbeelden van meerdere strategieën zijn, belang van de verduidelijking van je antwoord.
Je verwijst terug naar de duiding van strategieën als individuele en omgevingsstrategieën. Je overloopt de verschillende voorbeelden opnieuw en focust op de vragen:
Je kan hierbij de leerlingen zich in de ruimte laten verplaatsen. Rechts betekent gericht op het gedrag van het individu. Links betekent gericht op het aanpassen van de omgeving. In het midden indien beiden kan. Je bevraagt de motivering van de keuze aan enkele leerlingen die rechts en links staan en bespreekt samen het goede antwoord.
Als afsluiting zou je leerlingen kunnen laten reflecteren over een mogelijke strategie die gezondheidsgedrag zou bevorderen bij een bepaalde doelgroep, bv. uit beroepskwalificaties of op hun school, in hun buurt, op hun stageplaats, enz. Op een flap noteren ze verschillende strategieën.
Deze ideeën kunnen ook een verdere aanzet zijn voor het opstellen van een onderzoeksvraag vanuit het leerplandoel met betrekking tot het doorlopen van een onderzoekscyclus.